Baby's slapen afhankelijk van hun leeftijd tussen de 13 en 18 uur per dag. Een flink deel daarvan valt overdag. Zodra je baby een slaapritme heeft opgebouwd, hoort een middagslaapje gewoon bij zijn dag. En dat blijft zo tot ongeveer het derde levensjaar. Zo'n dutje helpt je kindje namelijk niet alleen om nieuwe energie op te doen voor de rest van de dag, maar ook om alles wat het heeft meegemaakt te verwerken.
In dit artikel lees je alles over het middagslaapje: hoelang zou het moeten duren bij baby's en peuters? Wanneer is het beste moment? Waar kan je baby het beste slapen, en wat doe je als het dutje niet wil lukken?
Hier vind je de antwoorden op al die vragen rond het middagslaapje.
Middagslaapje bij baby's: het overzicht van Het Slapertjesparadijs
Een middagslaapje hoort (samen met de andere dutjes) bij een geregeld dagritme van baby's vanaf ongeveer 6 maanden. Net als andere vaste gewoontes geeft het je baby veiligheid en geborgenheid.
Waar het vooral om gaat, is de juiste balans tussen te weinig en te veel slaap overdag.
Slaapt je kleintje overdag te weinig, dan hoopt het stresshormoon cortisol zich op in zijn lijfje. Dat werkt een beetje als adrenaline en maakt het voor een baby moeilijker om tot rust te komen. Bovendien wordt hij dan 's nachts vaker wakker of is hij 's ochtends veel te vroeg wakker.
Slaapt een baby juist te veel overdag, dan kan dat er niet alleen voor zorgen dat hij 's avonds moeilijk in slaap komt. Vaak zie je dan ook meer wakker worden in de nacht.
Voor het middagslaapje en alle andere dutjes is het dus belangrijk om te letten op zowel het passende aantal dutjes als op de totale slaapbehoefte.
Wat past bij de leeftijd van je baby: slaapbehoefte en aantal dutjes
De tabel hieronder laat zien dat de slaapbehoefte en het aantal dutjes afhangen van de leeftijd van je kindje. Ieder kind heeft natuurlijk zijn eigen behoeftes, dus afwijkingen van deze gemiddelden zijn heel normaal.
Dagslaap totaal
Aantal dutjes
Wakkere fases
Pasgeborenen
5 – 8 uur
wisselend
30 – 90 minuten
1 – 2 maanden
6 – 7 uur
wisselend
1 – 2 uur
3 maanden*
5 – 6 uur
3 – 5
1 – 2 uur
4 maanden*
3 – 5 uur
3 – 4
1,5 – 2,5 uur
5 maanden
3 – 4,5 uur
3 (evt. 4)
1,5 – 2,5 uur
6 – 8 maanden
2 – 4 uur
2 – 3
2 – 3 uur
9 – 12 maanden
2 – 3 uur
2
2,5 – 3,5 uur
1 – 1,5 jaar
2 – 3 uur
1 – 2
3 – 4 uur
1,5 – 3 jaar
2 – 3 uur
1
4 – 4,5 uur
Opmerking: *De vierde maand is de beruchte maand van de korte dutjes, waarin je baby meestal maar één wat langer dutje doet (de rest blijft steken op 30 tot 45 minuten). Dat is volkomen normaal! Rond de zesde maand komen de meeste baby's uit op drie dutjes, waardoor jullie dagen weer voorspelbaarder en beter te plannen worden. Vanaf 3 dutjes is het makkelijker, en voor iedereen prettiger, om een vast maar flexibel dagritme in te voeren.
Op de volgende punten mogen we letten als het om het middagslaapje van onze baby's gaat.
Het dag- en slaapritme van je baby
De meeste kinderen ontwikkelen pas met 6 tot 7 maanden een echt slaapritme. Daarom heeft het ook pas vanaf die leeftijd zin om bij een baby over een middagslaapje te spreken en een dagritme op te bouwen. Daarvoor slapen baby's gewoon wanneer ze moe zijn.
Overgangen in het aantal dutjes
De maanden waarin baby's het aantal dutjes veranderen, kunnen behoorlijk pittig zijn. Je hoort daarvoor ook wel de term dutjesregressie.
Daarom is het belangrijk om al vroeg een geregeld dagritme voor je baby op te bouwen en vast te houden. Dat helpt je kleine schat om zo'n overgang goed door te komen.
Die overgangen verlopen zelden in één rechte lijn. Reken erop dat je kindje een tijdlang heen en weer schommelt tussen dagen met het oude en dagen met het nieuwe aantal dutjes. Blijf het dutje in die periode gewoon aanbieden, ook al wordt het niet elke dag aangenomen, en bied op de dagen dat het wegvalt een wat vroegere bedtijd aan. Dan vangt de nacht op wat de dag heeft laten liggen.
Laten we nu een paar leeftijdsfases bekijken, zodat je ziet hoe het middagslaapje zich ontwikkelt.
Baby's tussen 5 en 10 maanden (met 3 dutjes per dag)
Wanneer vinden de dutjes plaats?
Zodra er een dagritme is ontstaan, doen baby's vanaf ongeveer 5 tot 6 maanden drie dutjes per dag:
Een ochtenddutje (ongeveer 2 uur na het wakker worden),
een middagslaapje (ongeveer 2,5 uur na het ochtenddutje) en
een dutje in de namiddag (ongeveer 3 uur na het middagslaapje)
Hoelang zou het middagslaapje moeten duren?
Net als het ochtenddutje mag het middagslaapje aan de langere kant zijn. Babyslaapcoaches raden minstens een uur aan. (Voor het dutje in de namiddag is 30 minuten vaak genoeg.)
Let er ook op dat je baby voor de dutjes nog een voeding heeft gehad.
Baby's tussen 8 en 18 maanden (met 2 dutjes per dag)
Wanneer vinden de dutjes plaats?
Rond de 8 tot 10 maanden laten de meeste baby's het derde dutje vallen. Wat overblijft, is een ochtenddutje (ongeveer 2,5 uur na het wakker worden) en het middagslaapje (ongeveer 3 uur na het ochtenddutje).
Hoelang zou een middagslaapje bij baby's moeten duren?
Beide dutjes mogen minstens 60 minuten duren.
Daarmee valt het middagslaapje meestal tussen 13:30 en 14:30 uur (uitgaande van wakker worden om 7:00 uur).
Baby's tussen 14 en 30 maanden (met 1 dutje per dag)
Wanneer vindt het middagslaapje plaats?
De volgende overgang, van 2 naar 1 dutje, komt rond de 14 tot 18 maanden. Dan doet je kindje alleen nog een middagslaapje, ongeveer 4,5 tot 5 uur na het wakker worden. (Bijvoorbeeld om 12:00 uur bij een wakkertijd van 7:00 uur.)
Kijk voor de beste bedtijd goed naar de slaapsignalen van je kindje en voorkom vooral dat het oververmoeid raakt. Oververmoeidheid maakt het inslapen namelijk juist moeilijker in plaats van makkelijker.
Hoelang zou het middagslaapje moeten duren?
Afhankelijk van de leeftijd kan je peuter tussen de 2 en 3 uur middagslaapje doen. Vanaf een jaar of 2 hebben kinderen nog maar 1 tot 2 uur dagslaap nodig.
Maar natuurlijk speelt ook hier de eigen aard van je kindje een grote rol. Sommige kinderen hebben meer nodig, andere minder.
Kijk hier voor meer informatie over de slaapbehoefte van je baby en de wakkere tijden die bij zijn leeftijd horen.
Belangrijke vragen rond het middagslaapje
Zou een baby zijn middagslaapje in het donker moeten doen? (en andere slaapomstandigheden overdag)
Over het algemeen raad ik aan om voor het middagslaapje dezelfde voorbereidingen te treffen als voor de nacht:
Leg je baby niet te vroeg en al helemaal niet te laat neer. Oververmoeidheid kan het dutje, de rest van de dag en ook de nacht flink door de war sturen.
Kies overdag zo mogelijk dezelfde slaapplek als 's nachts.
Maak de kamer donker. Je baby zal daardoor veel rustiger en dieper kunnen slapen. Donker is voor het lijfje het duidelijkste signaal dat het slaaptijd is.
Gebruik dezelfde inslaaprituelen als voor de nacht, eventueel in een kortere versie. Dat helpt je baby om zich op slapen in te stellen en makkelijker in slaap te vallen.
Waar kan het middagslaapje het beste plaatsvinden?
Het liefst doet je baby zijn middagslaapje in zijn eigen bedje. Natuurlijk is de kinderwagen ook prima. Alleen heb ik vaak gemerkt dat baby's daarin (afhankelijk van de leeftijd) te vroeg wakker worden en dan 's avonds sneller jengelig zijn.
(Bij ons was het vooral lastig als de wandeling al klaar was en het kleintje eigenlijk nog even in de wagen door had moeten slapen. Zodra de kinderwagen stilstond, was hij of zij zo weer wakker.)
Datzelfde probleem, een te kort middagslaapje, kan afhankelijk van de omstandigheden ook op het kinderdagverblijf of bij de gastouder ontstaan. In dat geval hebben wij ons kindje af en toe gewoon al om 18:30 uur naar bed gebracht.
Hoe leer ik mijn baby in bed te slapen overdag?
In de meeste gevallen slaapt een baby ook overdag veel beter in zijn eigen bedje. Maar dan komt natuurlijk de vraag hoe je hem daaraan went.
Je bereikt veel met rituelen, een passende bedtijdroutine en het juiste moment om je kleintje neer te leggen. Deze punten helpen daarbij:
Begin bij het dutje dat het makkelijkst gaat. Meestal is dat het ochtenddutje. Lukt dat een paar dagen in het bedje, dan volgen de andere dutjes vaak vanzelf.
Leg je baby neer als hij slaperig is, maar nog net wakker. Zo maakt hij de laatste stap naar de slaap zelf, en dat is precies het stukje dat hij ook 's nachts nodig heeft.
Houd de volgorde altijd hetzelfde. Gordijnen dicht, slaapzak aan, hetzelfde liedje, hetzelfde zinnetje. Voorspelbaarheid doet meer dan lengte: vijf minuten in vaste volgorde werkt beter dan een half uur dat elke dag anders is.
Blijf erbij zolang je kindje je nodig heeft. Een hand op de rug, je stem, je aanwezigheid. Je hoeft het slapen niet in te ruilen voor afstand; je bouwt het stap voor stap op met jou binnen handbereik.
Geef het een paar dagen. De eerste keren duurt het inslapen langer dan je zou willen. Dat hoort erbij en zegt niets over of het gaat lukken.
Waaraan merk je dat je kindje moe is?
Zoals gezegd is het heel belangrijk om de slaapsignalen van je baby te herkennen, zodat hij niet oververmoeid naar bed gaat.
Tekenen van moeheid zijn in de oogjes wrijven, jengelen, gapen en niet meer alleen ergens willen liggen of zitten.
Vaak is het op dat moment al bijna te laat, dus dan is snel reageren het beste. Nog fijner is het om een dagritme op te bouwen, zodat je precies weet wanneer je baby moe wordt en naar bed mag.
Een simpel hulpmiddel daarbij: schrijf drie of vier dagen achter elkaar op wanneer je kindje wakker wordt, wanneer het in slaap valt en hoelang het slaapt. In die paar aantekeningen zie je het patroon meestal al liggen, en daarmee weet je ook hoeveel wakkere tijd jouw kindje echt aankan.
Het middagslaapje lukt niet zoals het zou moeten! Hoe komt dat?
Soms ontstaan er problemen op het moment dat je kindje zijn middagslaapje zou moeten doen.
Het weigert bijvoorbeeld in slaap te vallen, is erg huilerig en jengelig, het dutje is veel te kort of je kindje wordt huilend wakker. De redenen voor slechte dutjes kunnen heel verschillend zijn.
Hieronder vind je een overzicht van de meest voorkomende oorzaken.
1. Geen vast dagritme
Veel baby's reageren gevoelig op veranderingen en op te veel flexibiliteit in het verloop van de dag.
Help je baby daarom al vroeg bij het opbouwen van een eigen "innerlijke klok". Dan kan zijn lijfje zich veel makkelijker instellen op slapen, wakker zijn of eten.
2. Een dagritme dat niet past
Sluit het dagritme niet aan bij wat je baby nodig heeft, dan kunnen het inslapen en de dutjes in het algemeen moeizaam verlopen.
Trouwens: juist met 4 tot 5 maanden zijn veel korte dutjes verspreid over de dag heel normaal. In de meeste gevallen is pas een tot twee maanden later een vast dagritme met een langer dutje mogelijk.
3. Oververmoeidheid
Zoals gezegd is oververmoeidheid een van de grootste struikelblokken bij het inslapen. Probeer die zo goed mogelijk te voorkomen.
Een oververmoeid kindje komt namelijk juist moeilijker tot rust: het lijfje maakt extra stresshormonen aan, waardoor je kleintje bijna opgejaagd overkomt terwijl het eigenlijk doodop is. Vroeger neerleggen is dan bijna altijd de betere keuze dan nog even doorgaan.
4. Slaapassociaties
De meest voorkomende oorzaak van slechte dutjes zijn slaapassociaties, vooral wanneer je baby ouder is dan 5 tot 6 maanden. Met een slaapassociatie bedoelen we de vast ingesleten inslaapgewoontes waar je kindje niet zonder kan om in slaap te vallen of door te slapen. Daaronder valt dus alles wat je kindje "nodig heeft" om met jouw hulp of met een hulpmiddel in slaap te komen.
Die steuntjes bij het inslapen staan vaak het doorslapen na een slaapcyclus in de weg.
Slaapassociaties oplossen betekent dus dat je je kindje leert om zelfstandig in slaap te vallen.
Let op: slaapassociaties zijn in de eerste maanden volkomen normaal en worden pas een "probleem" wanneer ze een goede dag- en nachtslaap in de weg gaan staan.
5. Slaapregressie
Zit je baby in een pittige fase, jengelt hij veel, is hij aanhankelijk en slaapt hij daarbij ook nog slecht, dan kan het goed zijn dat hij midden in een slaapregressie zit.
Zulke fases van 2 tot 4 weken kunnen het slaapgedrag, en daarmee ook de dutjes, flink door de war sturen. Ze horen bij grote ontwikkelingssprongen: je kindje leert iets nieuws en dat oefent het lijfje ook 's nachts.
Het goede nieuws is dat de gevolgen tijdelijk zijn. Binnen een paar weken zou alles zich weer moeten normaliseren. Houd in die tijd gewoon je vaste ritme en rituelen aan, dan is de weg terug het kortst.
6. Dutjesregressie
Op bepaalde leeftijden gebeurt het dat baby's zich tegen een dutje gaan verzetten. Ze boycotten dat dutje, of proberen dat in elk geval.
Het bijzondere aan die situatie is dat baby's er vaak nog helemaal niet aan toe zijn. Vooral rond de 10 tot 12 maanden komt dit voor.
Veel ouders gaan er (ten onrechte) van uit dat het weigeren van een dutje betekent dat hun kindje nu minder slaap overdag nodig heeft. Maar dat is een misvatting.
Het gevolg is in die gevallen een oververmoeide baby, zware avonden en onrustige nachten waarin je kleintje vele keren wakker kan worden.
Pas nog had ik zo'n geval in de slaapbegeleiding. Een baby stopte te vroeg met een dutje en werd sindsdien regelmatig huilend wakker in de nacht.
Nog meer veelgestelde vragen over het middagslaapje bij baby's en peuters
Vraag: Hoeveel uur zou er tussen het middagslaapje en de nacht moeten zitten?
Dat hangt helemaal af van de leeftijd van je baby of peuter. Doet je kindje na het middagslaapje geen dutje meer (vanaf 8 maanden), dan is een afstand van minstens 3,5 uur tussen het middagslaapje en de nacht aan te raden.
In bijzondere situaties zoals een verkoudheid of een slaapregressie mag die tijd best eens korter zijn. Maar in de loop van de volgende maanden groeit hij vanzelf naar 5 uur en langer.
Vraag: Moet je een baby of peuter uit het middagslaapje wekken?
Onder normale omstandigheden is het niet nodig om baby's uit hun middagslaapje te halen.
Het belangrijkste is vooral dat je een dagritme hebt dat bij je baby past. Als je kindje dan elke avond rond dezelfde tijd naar bed gaat, is de lengte van het middagslaapje niet zo belangrijk. (Het lijfje van je baby voelt heel goed aan hoeveel slaap het nodig heeft.)
Toch kan het in bepaalde gevallen zinvol zijn om je kindje uit het middagslaapje te wekken. Bijvoorbeeld wanneer het om wat voor reden dan ook veel te laat in slaap is gevallen en het dutje daardoor heel lang doorloopt. (Een klassieke situatie.)
Om te voorkomen dat het tot in de avond doorslaapt en helemaal uit zijn dagritme raakt, kun je het beste zachtjes laten wakker worden. Laat bijvoorbeeld wat geluid en licht in de kamer toe. Ook meteen een wandeling maken heeft bij ons vaak geholpen.
Vraag: Wat doe je als je kindje geen middagslaapje meer wil doen?
Over het algemeen is het aan te raden dat kinderen tot ongeveer drie jaar een middagslaapje doen (uitzonderingen bevestigen de regel). Vaak stoppen ze er zelf mee rond de 24 tot 30 maanden.
Toch is het slim om een rustmoment midden op de dag te houden. Vaak slapen peuters dan nog maar om de 2 tot 3 dagen. Krijgen ze een rustperiode die ze bijvoorbeeld op een matrasje met een paar boekjes doorbrengen, dan geven we ze de kans om te slapen wanneer ze het nodig hebben.
Vraag: Hoelang duurt het middagslaapje bij een baby van 1 jaar?
De meeste baby's doen op deze leeftijd 1 tot 1,5 uur middagslaapje.
Vraag: Vanaf wanneer doen baby's alleen nog een middagslaapje (en geen ander dutje meer)?
Met 14 tot 18 maanden stappen de meeste baby's over van twee naar één dutje per dag. Het middagslaapje blijft daarna nog tot ongeveer drie jaar een vast onderdeel van de dag van je kindje.
Let goed op wanneer je baby rond de 11 maanden is. Veel baby's proberen dan hun tweede dutje op te geven, terwijl ze daar eigenlijk nog niet aan toe zijn. Blijf je consequent, dan slapen de kleine schatten na een paar weken boycotfase gewoon weer twee keer per dag, net als daarvoor.
Vraag: Hoe kan ik mijn baby een middagslaapje aanleren?
Belangrijk daarvoor is een geregeld dagritme, zodat je baby kan wennen aan de slaap-, waak- en eetmomenten. Rituelen en regelmaat zijn hierbij het allerbelangrijkste.
Ik hoop dat deze informatie je verder helpt en dat jullie de middag met een fijn rustmoment kunnen genieten.
Je Sarah
Liefs, Sarah
Over de auteur
Sarah Mann
Moeder van zeven. Gecertificeerd Sensitive Sleep Consultant van het ISSC Australia. Oprichter van Het Slapertjesparadijs. Schrijft al tien jaar over hechtingsgerichte babyslaap, omdat ze er jaren over deed om haar eigen weg te vinden.
De 18-maanden-slaapregressie: zo kom je er liefdevol doorheen
Net toen de nachten weer rustiger werden, weigert je peuter ineens zijn bed. Ontdek waarom de 18-maanden-slaapregressie juist nu toeslaat, hoe lang hij duurt en wat er echt helpt.
Dagritme baby 7 maanden: tips en handige antwoorden
Met 7 maanden gaat je baby razendsnel vooruit: hij kruipt, brabbelt en trekt zich misschien al op. Hier vind je twee voorbeeld-dagritmes en antwoorden op de belangrijkste slaapvragen.
Dagritme baby 9 maanden: tips en handige antwoorden
Met 9 maanden zet je baby een grote ontwikkelingsstap, en dat merk je vaak ook aan zijn slaap. Hier vind je een voorbeeld-dagritme en antwoorden op de belangrijkste slaapvragen.