De 18-maanden-slaapregressie: zo kom je er liefdevol doorheen

Sarah Mann·15 min leestijd

Je kleine schat heeft net de overstap van twee dutjes naar één gemaakt, en de nachten werden eindelijk weer wat rustiger.

Jullie hebben elkaar opgelucht een schouderklopje gegeven en gedacht: met anderhalf jaar zijn we nu toch echt door het zwaarste heen.

En dan... ja, dan is hij er ineens: een nieuwe pittige fase met slaapproblemen.

Slaapcrisis.

Slaapdip.

Slaapregressie.

"Wat ben ik moe zeg."

Rond 18 maanden gaat het slaapgedrag van veel peuters nog één keer flink de mist in. Dat vertellen zelfs ouders die tot dat moment zonder noemenswaardige slaapproblemen en zonder merkbare slaapregressies door de eerste anderhalf jaar zijn gerold.

Wat is een slaapregressie?

Even opfrissen: een slaapregressie betekent dat een baby of peuter ineens duidelijke stappen terugdoet in zijn slaapgedrag:

  • De bedtijden worden een strijd,
  • dutjes worden overgeslagen en/of
  • je kindje wordt 's nachts merkbaar vaker wakker.

De oorzaak zijn bijna altijd grote veranderingen. Want elke slaapregressie hangt nauw samen met de mentale en lichamelijke ontwikkeling van je kind. En precies daarom komt hij op bepaalde leeftijden en rond bepaalde ontwikkelingssprongen zoveel vaker voor.

Bijverschijnselen en duur van de 18-maanden-slaapregressie

Slaapregressies zijn zwaar, voor je kind én voor jou als ouder. Het slechtere slapen gaat bovendien graag samen met meer gezeur, een veranderde eetlust en een flinke portie aanhankelijkheid.

Dat geldt ook voor de 18-maanden-slaapregressie, die net als andere slaapregressies meestal 2 tot 6 weken duurt. Het goede nieuws: in verreweg de meeste gevallen is de spookperiode daarna echt voorbij en heeft je kind zijn ontspannen zelf weer teruggevonden.

Mijlpalen in de ontwikkeling rond 18 maanden

Deze mijlpalen maakt je kleine schat nu door, of in de komende maanden:

  • Hij bouwt zijn taalvaardigheid uit en strooit met zijn eerste woordjes.
  • Hij wordt steeds onafhankelijker en zelfstandiger. Je hebt ineens met een eigen persoonlijkheid te maken en staat versteld van die sterke eigen wil.
  • Tandjes. De hoektanden en de kiezen staan op het programma. En dat zijn meestal de vervelendste van allemaal.
  • Verlatingsangst bereikt rond 18 maanden soms een laatste hoogtepunt.
  • De omschakeling naar één dutje per dag vindt nu plaats, of is net afgerond.

Wat betekent dat voor gedrag en slaap?

Je peuter leert praten

Op deze leeftijd begint je peuter zijn taalvaardigheid uit te bouwen. (Sommige kinderen beginnen daar pas een aantal maanden later mee. De spreiding is hier echt heel groot.) Dat vraagt behoorlijk wat verwerkingsenergie van dat kleine brein. Wie denkt er dan nog aan slapen?

En zelfs als je kleintje het woordje "NEE" nog niet kan uitspreken, merk je hoogstwaarschijnlijk dat je ineens tegenover een eigen persoonlijkheid staat. Dit kleine mensje heeft verrassend veel eigen ideeën over het leven, over het middageten en over die ene lievelingssok. Om nog maar te zwijgen over inslapen en doorslapen. (Lees ook: Wanneer, en hoe, slaapt mijn baby eindelijk door?)

Zelfstandigheid

Met de groeiende onafhankelijkheid groeit ook de wens van je peuter om zelf dingen te mogen beslissen. Bij veel peuters zijn woede- en driftbuien het gevolg. Dat is een volstrekt normale fase in hun ontwikkeling, en je mag hier gerust even diep ademhalen: het heeft niets met jou te maken, niets met je gedrag en niets met je opvoeding.

18 maanden slaapregressie — De 18-maanden-slaapregressie: zo kom je er liefdevol doorheen

Die groeiende zelfstandigheid heeft trouwens ook mooie kanten. Je peuter leert zichzelf te voeren, uit een beker te drinken en langer bij een spelletje te blijven, bijvoorbeeld als er een toren gebouwd moet worden.

Nieuwe tandjes

Verder hebben slaapproblemen op deze leeftijd vaak te maken met de tandjes. Er komen nu namelijk vier hoektanden door, en in de maanden daarna de kiezen (of andersom). Dat is behoorlijk ongemakkelijk en pijnlijk. Alleen daarom al zijn de dagen en de nachten vaak onrustiger. Begeleidende verschijnselen kunnen zijn: dikke rode wangen, veel gezeur, weinig eetlust, meer kwijlen, bijten en op van alles kauwen. Ook diarree, rode billetjes en koorts kunnen bij het tandjes krijgen horen.

En dan de slaap

Ook verlatingsangst speelt een rol bij de slaapproblemen. Misschien weigert je peuter overdag of 's avonds te gaan slapen, of weigert hij 's nachts weer in slaap te vallen, simpelweg omdat hij niet van jou gescheiden wil zijn. De meeste baby's beginnen rond 7 tot 8 maanden verlatingsangst te ontwikkelen. Tussen 10 en 18 maanden ligt meestal de piek.

Tussen de 15 en de 18 maanden betreden de meeste peuters op slaapgebied nieuw terrein en gaan ze van twee dutjes terug naar één. Dat is een grote omschakeling die op zichzelf al voor onrustige dagen en nachten kan zorgen. Loopt die overgang toevallig samen met de slaapregressie, dan versterken de twee elkaar. Houd er dus rekening mee dat je dagritme in deze weken nog een paar keer zal schuiven.

Waarom de 18-maanden-slaapregressie zo zwaar is

De uitdaging bij de 18-maanden-slaapregressie zit hem hierin: je hebt nu met een peuter te maken, en niet meer met een baby. Dat betekent dat het chaotische slaapgedrag van je kleine schat samenvalt met de ontdekking van zijn eigen wil, en met het verzet dat daarbij hoort. Die twee dingen versterken elkaar helaas: je peuter weigert in slaap te vallen of wordt vaker wakker. Daardoor is hij nog vermoeider en overprikkelder, waardoor er voor het volgende slaapmoment nóg meer theater is. Deze combinatie maakt de 18-maanden-slaapregressie waarschijnlijk tot een van de pittigste van jullie jonge gezamenlijke leven.

Het gaat nu dus niet meer, zoals tot nu toe, om puur slaapproblemen. Je staat tegenover een klein persoontje dat heel bewust en heel vastberaden slaap kan weigeren. Het wil controle en het wil meebeslissen. Daarmee heb je het volgende niveau van het ouderschap bereikt.

Misschien heb je al een ouder kind en weet je wat jullie rond het tweede jaar te wachten staat, als de koppigheidsfase zich in volle glorie ontvouwt. Hoe lief je kleine schat ook is, je zult nu steeds vaker merken dat zijn wil en jouw wil niet altijd één zijn. In plaats daarvan is je peuter er ineens veel aan gelegen om zijn eigen ideeën door te zetten. Dat gaat van de juiste pyjama via het goed doorgesneden boterhammetje tot de wens om precies nu niet naar bed te hoeven.

Overlevingsstrategieën in het algemeen

1. Doe je best en houd er humor in

Je peuter gaat je testen, afhankelijk van zijn karakter meer of minder, en dat is oké. Probeer rustig te blijven en weeg goed af: is deze vraag of discussie het waard om er een "strijd" van te maken, of niet? Bedenk goed wat je echt wilt doorzetten, en blijf daar dan consequent in. Bij veel andere dingen loont het vaak niet om er een slagveld van te maken.

De koppigheidsfase duurt weliswaar langer, met de nodige ups en downs, maar soms betekent het echt alleen maar dat je een paar zware weken of een oververmoeide dag moet zien door te komen. En dat je af en toe een oogje dichtknijpt, in het belang van de lieve vrede thuis.

2. Positieve communicatie

Je kleine schat kan nog niet zoveel zeggen, maar hij begrijpt ontzettend veel. Peuters hebben grenzen en regels nodig waaraan ze zich kunnen vasthouden.

Consequentie geeft ze veiligheid.

De wereld en jouw woorden voelen dan betrouwbaar. Geef eenvoudige aanwijzingen en heldere, simpele regels, en houd je daaraan. Lange uitleg is op deze leeftijd in de meeste gevallen nog veel te ingewikkeld en niet op zijn plaats.

Richt je dus op wat jullie verder helpt en werk met onmiddellijke, duidelijk begrijpelijke gevolgen. Probeer positieve gevolgen te creëren, dus positieve bekrachtiging in plaats van negatieve. Vaak hangt het alleen van de formulering af of je peuter gemotiveerd raakt of juist dichtklapt. "Oh, wat doe je dat goed. Nog twee hapjes en dan haal ik het ijsje!" werkt veel motiverender dan "Wat is dit nou weer? Zo krijg je geen ijsje toe." Bij die laatste variant begrijpt een peuter het verband nog niet. Er komt alleen de boodschap "geen ijsje" aan, en voor je het hebt uitgesproken is het gehuil al losgebarsten. Zelfs bij driejarigen kan je dat nog overkomen.

Dus: zoek naar positieve, motiverende formuleringen. Zo werkt ons brein nu eenmaal. Het richt zich dan op de beloning, "een ijsje", en slikt de rest nog snel even door.

Hopelijk.

Overlevingsstrategieën voor de slaap

Overlevingsstrategie nummer 1: stimuleer de slaap actief. Trap niet in de val om je peuter te laten bepalen wanneer hij naar bed gaat, of dat het middagslaapje er vandaag maar bij inschiet. Blijf erbij en houd zo goed mogelijk vast aan jullie tijden en rituelen. (Ja, er mag best eens een dag in het water vallen, maar in het algemeen gesproken.)

1. Slaapomgeving

Zorg voor een goede slaapomgeving: een verduisterde en rustige kamer. Let er daarnaast op dat je kind in het algemeen genoeg gegeten heeft, dat de luier niet vol zit en dat de lievelingsknuffel aan boord is. Kleine veranderingen kunnen tijdens een regressie grote gevolgen hebben, en meestal niet ten goede.

2. Genoeg calorieën

Zorg ervoor dat je kind niet al te lang voor het slapengaan goed gegeten heeft. Ontwikkelingssprongen komen graag samen met groeispurten. Let dus echt op voldoende calorieën overdag en voer eventueel een extra tussendoortje in.

3. Vaste routines en rituelen

Houd zo goed mogelijk vast aan jullie dagroutine. Zorg in elk geval voor een "echte" dutjes- en bedtijdroutine voor je kleine schat. "Echt" betekent: voor het slapengaan altijd hetzelfde doen, op dezelfde tijd, in dezelfde volgorde. En bereid je er ondanks alles op voor dat er wat chaos en een paar onrustige dagen en nachten bij horen.

4. Het middagslaapje is geen keuze

Zorg dat je peuter zijn dutje krijgt. Grijp naar natuurlijke hulpmiddelen zoals veel beweging in de ochtend, lange wandelingen in de frisse lucht of een stevige speel- of stoeisessie om je kleine schat lekker moe te maken. Draai op noodgevallen-dagen ook gerust een rondje met de buggy of met de auto, om dat kleine mopperkontje dat de slaap weigert toch nog aan een extra dutje te helpen. (Laat die autorit alleen geen gewoonte worden.)

Als je kleintje overdag goed slaapt, heb je bij de bedtijd veel minder problemen. Sommige peuters weigeren in deze fase werkelijk elk dutje, en dan ben je geneigd om het middagslaapje maar voorgoed af te schrijven. Doe dat niet. De meeste peuters hebben hun middagslaapje nog nodig tot hun derde of vierde jaar. Eén dutje per dag valt beslist in de categorie "belangrijk" en "hier moet je consequent in blijven".

Je kleine schat heeft op dit moment zoveel te verwerken en zoveel zelfstandigheid te ontdekken. Daar nog een portie oververmoeidheid bovenop, dat kan alleen maar misgaan.

Blijf er dus echt bij om je lieveling zoveel mogelijk slaap te gunnen, ook als de inslaapmomenten een strijd kunnen zijn.

5. Maak de bedtijd aantrekkelijk

Misschien vind je een nieuw ritueel voor de bedtijd dat je peuter helpt om vrijwillig naar bed te komen. Een wedstrijdje wie er als eerste in bed ligt, en die mag dan iets "bepalen"? Twee mooie nieuwe slaapboekjes waar hij er zelf een van mag uitkiezen? Koppel die beloning van "een boekje kijken" aan een voorwaarde, zodat jullie stapje voor stapje de goede kant op bewegen. Bijvoorbeeld: het nieuwe boekje wordt pas bekeken als je kleine schat al in zijn slaapzak zit (en in de half donkere kamer). De speen (als je die geeft) krijgt hij pas als hij in zijn bedje is geklommen.

Bedenk het liefst samen met je partner, en op een rustig moment (dus niet midden in de stresssituatie zelf), wat zinvolle strategieën kunnen zijn om jullie de bedtijd makkelijker te maken. Waar houdt jullie peuter van? Waar reageert hij positief op? Hoe krijg je hem normaal gesproken gemotiveerd?

6. Check de slaapbehoefte en de bedtijd

Zijn er regelmatig emotionele uitbarstingen in de avond, check dan zeker even de slaapbehoefte van je kleintje. Heeft hij misschien een vroegere bedtijd nodig? Is hij helemaal gesloopt door het wennen op de opvang? De opvang en de peuterspeelzaal verhogen de slaapbehoefte van een kind vaak aanzienlijk.

In heel veel gevallen brengt een vroegere bedtijd veel ontspanning en beter in- en doorslapen. Voor veel peuters van deze leeftijd betekent dat een bedtijd rond 19:00 tot 19:30 uur in plaats van 20:00 uur. En nee, kinderen worden dan in de regel niet vroeger wakker. Ze pakken juist dat extra halfuurtje slaap dat ze tijdens een ontwikkelings- en groeispurt zo hard nodig hebben.

7. Laat geen onhoudbare slaapgewoonten ontstaan

Creëer geen slaapgewoonten die je niet blijvend kunt of wilt volhouden. Deze slaapregressie is maar tijdelijk. Probeer dus een goede middenweg te bewandelen: geef je kind zoveel mogelijk geruststelling en nabijheid, maar keer niet terug naar oude slaappatronen die je al had afgebouwd (bijvoorbeeld weer bij jullie in bed halen). Zit je midden in een slaapcoachingtraject, ga dan eventueel wat langzamer te werk, maar blijf erbij.

Slaapcoaching, ja of nee?

Heb je al eens geprobeerd om je kleintje met een slaapleermethode zelfstandig te leren inslapen en doorslapen?

Zaten jullie daar misschien middenin toen de 18-maanden-slaapregressie jullie overviel? Helpt alles niets en vreet het slaaptekort aan jullie allemaal, keer dan, zodra het ergste voorbij is (normaal gesproken na 2 tot 3 weken), terug naar jullie slaapleermethode. Of zoek een vorm van slaapcoaching die bij jullie past.

Gooi de handdoek niet helemaal in de ring, want dan moet je achteraf weer helemaal opnieuw beginnen.

Wanneer is de 18-maanden-slaapregressie voorbij?

Vergeet nooit: deze fase is tijdelijk. Normaal gesproken duurt een slaapregressie 2 tot 4 weken, in zeldzame gevallen tot 6 weken. Ook als je kleine spatje nu zijn dutje weigert of luidkeels protesteert in plaats van naar bed te gaan: het gaat echt voorbij. Blijf liefdevol geduldig en consequent, en probeer je kleine lieveling er zo goed mogelijk doorheen te begeleiden.

De belangrijkste opvoedtip die wij ooit van grote gezinnen met oudere kinderen hebben gekregen luidt inderdaad: "Het zijn allemaal fases." Die wetenschap is goud waard om op moeilijke momenten niet door te draaien.

Zit je midden in de 18-maanden-slaapregressie? Hoe uit die zich bij jullie?

Ik wens jou en jullie ondanks deze spannende fase veel kracht, veel plezier en zo goed mogelijke nachten,

Je Sarah

Liefs, Sarah

Over de auteur

Sarah Mann

Moeder van zeven. Gecertificeerd Sensitive Sleep Consultant van het ISSC Australia. Oprichter van Het Slapertjesparadijs. Schrijft al tien jaar over hechtingsgerichte babyslaap, omdat ze er jaren over deed om haar eigen weg te vinden.

Meer over Sarah
Verwante artikelen

Dit kan ook helpen.

Baby

Dagritme baby 7 maanden: tips en handige antwoorden

Met 7 maanden gaat je baby razendsnel vooruit: hij kruipt, brabbelt en trekt zich misschien al op. Hier vind je twee voorbeeld-dagritmes en antwoorden op de belangrijkste slaapvragen.

Lees artikel →
Baby

Dagritme baby 9 maanden: tips en handige antwoorden

Met 9 maanden zet je baby een grote ontwikkelingsstap, en dat merk je vaak ook aan zijn slaap. Hier vind je een voorbeeld-dagritme en antwoorden op de belangrijkste slaapvragen.

Lees artikel →
Baby

Van twee dutjes naar één: wanneer is het genoeg, en wanneer nog niet?

De overstap van twee dutjes naar één gebeurt meestal tussen de 14e en de 18e maand. Te vroeg omschakelen leidt vaak tot oververmoeidheid en slechte nachten. Ontdek de tekenen waar je op kunt letten en hoe je de overgang zacht laat verlopen.

Lees artikel →